10 februari 2016 ReinAdmin

Koolhydraten en vitaliteit

3 factoren spelen in op de energiebehoefte van de mens: de ruststofwisseling, lichamelijke activiteit en het thermisch effect van voeding.  Elk van deze factoren kunnen (in)direct beïnvloed worden door verscheidene elementen (o.a leeftijd, genetica, lichaamsgewicht, lichaamsbouw, groei, tak van sport, niet training gerelateerde lichamelijke activiteit, calorie inname).  De meeste energie heeft het lichaam in rust nodig om alle noodzakelijke inwendige lichaamsprocessen te kunnen verrichten. Zo ook tijdens slapen, dus maak je niet al te ongerust over de maaltijd later op de avond. Leidend is de energiebalans en houdt oog voor portiecontrole!  Het is makkelijk te volgen dat als we meer bewegen en/of de lichamelijke arbeid toeneemt, het lichaam naar meer energie snakt. Koolhydraten en vetten leveren de energie om de batterijen in ons lichaam op te laden. Voor nu laten we de functie en inzichten omtrent vetten achterwege en ligt de focus op koolhydraten.

Planten zijn de hofleveranciers van koolhydraten (sacchariden/ ‘suikers’) en kunnen onderverdeeld worden in verteerbaar en niet-verteerbaar. De verteerbare koolhydraten worden ingedeeld op hun complexiteit en komen in voedingsmiddelen voor in mengsels van monosachariden (glucose, fructose, galactose), disachariden (saccharose, lactose, maltose) en polysachariden (zetmeel). Voedingsvezels zijn de niet-verteerbare koolhydraten die niet door menselijke spijsverteringsenzymen kunnen worden afgebroken.

Om energie te kunnen leveren worden de bestandsdelen in het lichaam gesplitst en/of omgezet via de lever tot glucose. Glucose reist via de bloedbaan en wordt opgenomen door het brein in rust (~50%), vetvrije massa (~30%), vetcellen (~10%) en de rode bloedcellen (~10%). Daarnaast draait het centraal zenuwstelsel voor een belangrijk deel op pure glucose, dus het is uitermate belangrijk dat koolhydraten niet mogen ontbreken binnen een evenwichtig voedingspatroon! Bij geen gebruik wordt het glucose opgeslagen als glycogeen in de lever (60-80 gr) en/of in de spieren (150-400 gr). Bij dit proces is insuline betrokken. Als laatste kan glucose ook omgezet worden in vet. De omzetting naar vet wil niet automatisch betekenen dat je vet wordt. Het nieuwe vet kan namelijk elders worden aangesproken. Het probleem ontstaat pas als je structureel meer tot je neemt (verhoging vetpercentage) dan het lichaam gebruikt, oftewel een positieve energiebalans.

De gezondheidsraad hanteert op het gebied van voedingsvezels richtlijnen van 30-40 gram per dag. Voedingsvezels dragen onder andere bij aan: stimulatie gezonde darmwerking, verzadigingsgevoel, beschermend effect op het gebit en positieve werking op de peristaltiek en ontlasting. Qua koolhydraatinname acht de gezondheidsraad een minimum van 50-100 gram koolhydraten noodzakelijk om de functies van het lichaam te waarborgen. Een minimum van 4-5 gram koolhydraten per kg lichaamsgewicht is wenselijk. Naargelang het activiteitenniveau zal deze verhouding veranderen.

Bronnen voor koolhydraten en voedingsvezels zijn: groente, fruit, volkorenproducten, aardappelen en peulvruchten.

, , , , , ,

Neem contact op

Maak gratis kennis met REIN! Wil je eerst de sfeer proeven bij ons, volg dan vrijblijvend een proefles. Indien het bevalt kan je gelijk doorgaan met jouw gezondere leefstijl!